ONDERWERPEN /PERSONEN/ OVERZICHT B.01
A Thema's B Personen C Organisaties D Besprekingen E Actuele Informatie

(WEB100B.07)

Wiggert Platvoet
“HET MOET DOORGAAN, WANT ER IS GEEN ALTERNATIEF!” (B.07)

WEB907 interview Wiggert Platvoet, 27 febr.2007

Door: Wim Robben

Ruim 40 jaar was hij betrokken bij het werken aan geweldloze weerbaarheid en actieve geweldloosheid in Nederland: Wiggert Platvoet. Een man waar rust vanuit gaat, gecombineerd met bezieling en kracht om zijn inzet te geven aan een meer rechtvaardige en vreedzame samenleving. Op 24 maart 2007, toen de ‘Stichting voor Actieve Geweldloosheid’ haar 40-jarig bestaan vierde, ontving hij de Gandhi Vredesduif als blijk van waardering voor zijn grote inzet.

Activist
Hij groeide op in de Indische Buurt in Amsterdam. Zijn grootvader had nog op de grote vaart gezeten, maar zijn vader koos voor een baan in de haven. Aanvankelijk ging Wiggert in de binnenvaart werken, maar verruilde dat in 1948 voor de haven. Niet dat daar zijn ambitie lag, maar het was moeilijk om werk te krijgen zo vlak na de oorlog, en met de zes jaar lagere school die hij had lagen de banen zeker niet voor het oprapen. Inmiddels getrouwd was hij bovendien de kostwinner van een opgroeiend gezin met twee jongens.
Het werk in de haven, aanvankelijk in het stukgoed (goederen van schepen lossen) en later in de houthaven, was zwaar en de arbeidsomstandigheden slecht. Al snel sloot hij zich bij een vakbond aan, maar die bleek weinig oog te hebben voor hun situatie. Zijn actiedrang ontwaakte en hij richtte de OVB, de Onafhankelijke Vakbond, op. Al snel ontstond er een groep havenarbeiders die hier samen met hem hun schouders onder ging zetten. Gaandeweg werden de eerste successen bereikt op het gebied van betere beloning en het sjouwen van minder zware goederen, zoals voordien met bijvoorbeeld zakken kunstmest van 100 kilo op je rug. Om zijn inzet voor de OVB te kunnen geven ging Wiggert zich verdiepen in het vakbondswerk en in juridische kwesties.

Crises
Het overlijden (in 1958) van zijn moeder, met wie hij een sterke band had, greep hem zeer aan. In de maanden erna voelde hij zich te neer geslagen. Hij kwam in contact met de Amsterdamse dominee Visser en ging, samen met zijn vrouw, bij hem op catechisatie. Na het afleggen van de geloofsbelijdenis werd hij ouderling in de Hervormde Gemeente. Ook had hij veel belangstelling gekregen voor de veelal religieuze boeken van zijn moeder die hij, na haar dood, gekregen had. Dit sloot goed aan bij zijn vrijwillige inzet als ouderling. Bovendien kwam hij in contact met Kerk en Vrede, werd ook actief in de PvdA en enkele jaren later in de PSP. Toen hij omstreeks 1963 in Het Parool een aankondiging zag over een training in geweldloze weerbaarheid, georganiseerd door het Centrum voor Geweldloze Weerbaarheid, meldde hij zich daar direct voor aan. Het was in deze jaren dat de in 1966 opgerichte ‘Stichting voor studie, vorming en training in Geweldloze Weerbaarheid’ voorbereid werd.
Al deze activiteiten, naast zijn werk in de haven, zorgde er echter voor dat hij zelden thuis was. Voor Wiggert volkomen onverwacht liet zijn vrouw hem in deze periode weten dat ze een scheiding in gang gezet had. Onvoldoende had hij door dat ze van elkaar vervreemd geraakt waren en bleek er geen weg meer terug. De situatie greep hem zeer aan, maar er zat niets anders op dan ergens anders te gaan wonen. Hij vond onderdak in een groot pand aan de Binnenkant 46 (nabij de Montelbaantoren en op loopafstand van het Centraal Station in Amsterdam) waar Johan Riemens woonde, die daar het M.L.King-Centrum had. Vanwege de geheel nieuwe situatie, waarin hij nu zat, besloot hij zijn baan in de haven op te zeggen. Met wat spaargeld, gratis onderdak en zeer zuinig leven kwam hij het eerste jaar door. Via een kennis kreeg hij een baan aangeboden bij een bank, waar hij elke werkdag tussen 3 en 8 uur ’s avonds medewerker werd van de kascontrole. Toen deze functie na ongeveer een jaar stopte kreeg hij een uitkering van 80% over zijn weekloon, wat neerkwam op 83 gulden per week. Maar de crisisjaren, die hij als kind meemaakte, alsmede de oorlogsjaren daarna, hadden hem geleerd om met weinig rond te kunnen komen. En wat zeker zo belangrijk was: hij kon zich helemaal gaan bezighouden met de dingen die hem zo zeer aanspraken.

Vredesboot Gaja
Inmiddels was Wiggert secretaris van de Werkgroep Voorlichting geworden, een van de vijf werkgroepen die de Stichting voor Geweldloze Weerbaarheid (door de erbij betrokkenen ‘het Centrum’ genoemd) toen had. Gezocht werd naar een nieuwe plek voor het landelijk secretariaat en besloten werd om vanaf 1 maart 1970 daarvoor een ruimte te huren in het pand aan de Binnenkant, waar hij woonde. Maar vrij kort daarna, in augustus van dat jaar, kreeg het Centrum
een binnenvaartschip aangeboden. Die was een tijd als hippieboot gebruikt en had de naam Gaja (‘Aarde’) gekregen. Met financiële hulp van de Quakers kon de boot voor 6000 gulden aangekocht worden en in de gracht aan de Binnenkant neergelegd. Na een grondige opknapbeurt kon de boot als landelijke ontmoetings- en vergaderruimte in gebruik genomen worden, met woonruimte voor Wiggert die tevens de beheerder werd. Ook het secretariaat verhuisde naar de boot.
Er brak een periode van 12 jaar aan (1970-1982) waarin de Gaja een belangrijke rol in de ontwikkelingen van de Stichting voor Geweldloze Weerbaarheid speelde. Er waren veel bijeenkomsten, er werden cursussen en trainingen gegeven, vredesmensen uit alle delen van de wereld kamen langs en aan vele acties, zowel met betrekking tot Amsterdam als landelijk, werd deelgenomen.
Door de groei van de organisatie ontstond echter de behoefte aan een aparte ruimte en eind 1976 verhuisde het secretariaat van de Stichting naar het activiteitencentrum ELVAS in Amsterdam. De rol van de Gaja werd minder en in 1982 werd besloten de onafhankelijke ‘Stichting Gaja’ op te richten die het bezit en het beheer van de boot kreeg, onder leiding van Wiggert. Gedurende nog ongeveer 10 jaar bleef de Vredesboot een begrip én een middelpunt van allerlei activiteiten.

Woongemeenschap
Inmiddels bijna 70, en stijgende onderhoudskosten, brachten hem ertoe de boot weg te doen en zijn intrek te nemen in de eerste Amsterdamse woongemeenschap voor alleenstaande 50-plussers, waartoe hij het initiatief genomen had. Een oud pakhuis aan de Oude Schans, net om de hoek van de Binnenkant, werd door een woningbouwvereniging daarvoor ingrijpend verbouwd en voorzien van kleine appartementen, een gemeenschapsruimte en een lift. Wat hem vooral trekt in een opzet als deze, is het feit dat je enerzijds zelfstandig woont, en anderzijds ook veel voor elkaar kunt betekenen.
Actief betrokken bleef hij echter bij de inmiddels gevormde Stichting voor Actieve Geweldloosheid (die in 1991 ontstond door het samengaan van de ‘Stichting voor Geweldloze Weerbaarheid’, uit 1966, en de ‘Stichting Voorlichting Actieve Geweldloosheid’, die in 1976 opgericht was). Nog tot enkele jaren geleden was de gemeenschapsruimte van de Amsterdamse woongemeenschap de plek waar het Algemeen Bestuur vergaderde.

Voldoening
Vanwege zijn gevorderde leeftijd, op dit moment 83 jaar, heeft hij zich de laatste jaren wat meer teruggetrokken. Dit mede omdat de bestuursvergaderingen in het landelijke secretariaat in Zwolle gehouden werden. Maar zijn belangstelling voor het werk voor de Stichting, en voor wat er in de wereld gebeurt, is er niet minder op geworden.
Met tevredenheid kijkt hij terug op hetgeen waar hij zich voor ingezet heeft, al betreurt hij de situatie van zijn scheiding nog altijd. En ook het feit dat hij daardoor het contact met zijn twee kinderen verloor. Blij is hij echter dat de relatie met zijn jongste zoon sinds een aantal jaren weer prima is.
Zijn drive in zijn leven, om zich voor het streven naar vrede en gerechtigheid volledig te kunnen inzetten, was sterk. Van zijn moeder kreeg hij de spirituele en sociale verbondenheid mee, maar wat ook een rol gespeeld heeft zijn de verschrikkingen die hij tijdens de tweede wereldoorlog meemaakte. Maar hierover praten wil hij liever niet omdat het hem nog altijd te zeer aangrijpt. Het verklaart echter wel zijn grote afkeer van geweld en oorlog, en zijn motivatie om zich voor de geweldloosheid in te zetten.
Want behalve zijn betrokkenheid bij vele organisaties en initiatieven, was het toch het ‘Centrum voor Geweldloze Weerbaarheid, en daarna de ‘Stichting voor Actieve Geweldloosheid’, waarmee hij zich het meest verbonden voelde. Op het persoonlijke vlak heeft hij bovendien voor vele mensen heel wat betekend. Altijd had hij voor ieder een luisterend oor, en als hij iemand kon helpen dan was hij daar direct toe bereid.
Voldoening geeft hem het feit dat hij, ondanks zes jaar lagere school en vele jaren van ongeschoolde arbeid in de haven, zich op vele terreinen heeft kunnen ontwikkelen en daardoor zijn bijdrage aan de samenleving heeft kunnen geven. Moeilijk heeft hij het echter met het toenemende geweld in de wereld, maar voegt hij hier aan toe: “Vrede en geweldloosheid is iets van lange duur, maar je moet er wel mee bezig blijven. Het moet doorgaan, want er is geen alternatief!”

(Dit interview is opgenomen op de website www.geweldlozekracht.nl onder B.07.)


(WEB100B.07)